Bao rendang

Het is zaterdagmiddag. Ik ben met de BF mee naar de kookstudio en heb in de auto al bedacht waar ik me mee bezig ga houden in de keuken vandaag. Rendang. Vriendlief had z’n zinnen gezet op bapao.

Een blik was daarna voldoende. Daar gingen ze hoor, in koor: “Bapao met rendang!” Duh. Het is de ultieme culinaire combinatie, althans voor ons. De wederhelft heeft Surinaams Chinese roots en ik Indische. Dan kom je soms tot gouden ideeën.

Oorspronkelijk dacht ik aan rendang omdat ik op Insta werd geïnspireerd door een post van Culinessa’s en Nombelina’s Foodblog Challenge. Toevalligerwijs ook over bao’s, maar afgesloten met het de aankondiging voor een volgend thema: daging smoor. Da’s dan weer een ander runderstoofje, maar hé, het een leidt tot het ander. Als ik het woord ‘daging’ zie, lees of hoor (of iets wat klinkt als daging) wacht ik het afsluiten van de zin niet eens af. Mijn hoofd gaat d-i-r-e-c-t over naar rendang.

Terwijl de BF zijn werk gaat doen, houd ik me bezig met het ter wereld brengen van onze culinaire liefdesbaby.

Zoals vaak het geval is met rendang en ook bao’s, zijn er veel verschillende varianten te vinden. Niet alleen op het internet maar ook in je directe omgeving. Broer van mijn vriend doet de bao’s zo, (o)ma en zus weer anders. Die zegt je moet eerst het deeg maken, volgens de ander weer eerst de vulling. Rendang, idem dito. Mijn vader doet dit. Zijn broer roert in de pan tegen de klok in. Dan komt er iemand volgens wie er wel/niet steranijs in moet. Weer iemand anders begint over de sambalsoort. Iedereen heeft er z’n eigen idee over en geeft er z’n eigen draai aan. Bottomline is dat je gewoon moet doen hoe het voor jou het prettigste werkt. Ik heb het zo gedaan:

Voor ongeveer 10 stuks heb je nodig:

Voor het bao deeg:

  • 500 gr bapao meel (toko)
  • 350 ml water
  • 7 gr gist (zo’n Dr. Oetker zakje)
  • 1 tl suiker

Voor de vulling:

  • 750 gr runderstoofvlees in blokjes
  • 4-5 sjalotjes, fijngesnipperd
  • 3 teentjes knoflook geperst
  • 1-2 el ketoembar en gemalen kruidnagel
  • snufje nootmuskaat 2
  • cm gember fijngehakt
  • 2 stengels citroengras
  • 2 blaadjes djeroek poeroet
  • 1-2 el sambal
  • 500 ml kokosmelk
  • Ketjap manis
  • Zout en peper
  1. Schroei in een bakpan heel kort even het vlees dicht en zet apart.
  2. In een stoofpan bak je de uien en knoflook even tot het glazig wordt en dan kan het vuur weer wat lager. Voeg dan de ketoembar, kruidnagel, nootmuskaat, gember en sambal toe en roer het geheel even door elkaar.
  3. Nu mag de kokosmelk er samen met de djoeroek poeroet, sereh en ketjap bij. Even roeren
  4. Vlees erbij, vuur laag en lekker laten sudderen op laag vuur. Trek hier zo’n 3-4 uur voor uit.
  5. Na 2,5 of 3 uur kan je je bezig houden met het deeg.
  6. Kneed alle deegingrediënten samen tot een soepel deeg.
  7. Maak er een bol van, en dek deze met een theedoek of vershoudfolie in een kom af.
  8. Laat minstens een uurtje rijzen, tot het 2 keer zo groot is geworden.
  9. Verdeel het deeg in 10 bolletjes. Gebruik een beetje meel op je handen en werkplaats zodat het deeg niet overal aan blijft plakken.
  10. Rol een bolletje deeg uit tot een ovaalvormige pannenkoek. Leg een velletje bakpapier op de ene helft en vouw dubbel. Stoom voor ongeveer 10 minuten.
  11. Eenmaal klaar, haal je het bakpapiertje ertussen uit en kan je het broodje makkelijk vullen met de rendang die nu ondertussen als het goed is bijna uit elkaar valt van het urenlange sudderen en stoven. Lekker met een ringetjes lente uit en/of atjar als garnering.

P.s. de vulling is een variant van rendang en niet helemaal zoals het hoort.
P.p.s. bao’s hebben wel ruimte nodig (ugh, diva’s) in de stomer. Je kan ze dus niet allemaal in een keer stomen.  Afhankelijk van de grootte van je stoommand/-pan 2-4 per keer. Voor andere bao varianten, kijk even bij het >basis bao recept<

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.