Mijn beste vriend Wok

Vast punt op de smalltalk-agenda op kantoor: “Wat eten jullie vanavond?” Ondanks dat het vast staat dát deze vraag ergens op de dag een keer voorbij komt, komt hij altijd onverwachts en treft hij me altijd onvoorbereid. Voor iedereen overigens. “Oh, weet nog niet… Jij?”

Mijn antwoord is bijna altijd: “Ik ook niet, whatever nog in de koelkast ligt.” Meestal volgt er na een brainstormsessie. Ik heb dacht ik nog wat asperges, een stengel selderij en venkel liggen… Oh, en broccoli. Dat valt vast wel bij elkaar te wokken.

Want Wok en ik, we go waaay back. Ik ken hem dan ook al mijn hele leven. Ik ken m al van de nasi’s en saté-pan die mijn vader vroeger er uit te voorschijn toverde. Of de kang kung trassi die oma speciaal voor mij klaarmaakte. Mams leerde mij haar ajam ketjap er mee te maken. Hij is gewoon mijn beste keukenvriend. Wok staat altijd voor me klaar en is mijn back up p(l)an voor als ik het allemaal niet meer weet. Óf juist wel.

Ik hoef alleen nog wat vlees te kopen. Misschien een stukje biefstuk.

“Klinkt goed Eef.” Oh, oeps, ik zit weer eens hardop te denken. Maar nu weet ik in ieder geval wel wat ik ga eten. Ik ga gewoon lekker ouderwets van alles en nog wat in de wok gooien. Kan best. Want Wok en ik zijn beste vrienden, dus.

Deze keer (voor 2) heb ik dus op basis van wat er nog in de koelkast lag iets geïmproviseerd. Het enige wat ik heb gekocht voor ik thuis kwam, was dus een stukje vlees. Mja, als je van plan bent dit recept te volgen zal je alsnog alles moeten kopen, haha. Of je gebruikt restjes wat je zelf nog hebt liggen ;)
Verder:

Gekocht:

  • +/- 300 gr biefstuk

De restjes:

  • kwart stuk venkel, flinterdun gesneden
  • 2 stengels bleekselderij, dun gesneden
  • 6 groene asperges, in grove stukken 1
  • kleine broccoli, in roosjes + steel in blokjes
  • 1 ui, in dunne halve ringen
  • 2 tenen knoflook, fijn gesneden
  • stukje gember, fijn gesneden
  • stukje trassi
  • scheutje rijstwijn
  • 1 el plantaardige olie / kokosvet
  • ketjap
  • zout, peper
  • boter om de biefstuk in te bakken
  1. Laat de biefstukjes even een halfuurtje op kamer temperatuur komen. Als je ze vanuit de koude (winkel)koeling meteen in een hete pan gooit, ‘schrikken’ ze en zullen ze minder mals zijn.
  2. In de tussentijd zet je de hete lucht oven vast aan op 60-70 C. Zet ook een pan water op, zodra het water kookt asperges er in en een minuutje later de broccoli om te blancheren. Na 2 minuten afgieten en koud spoelen, anders gaart het door. Het moet immers ook nog de wok in.
  3. Bak de biefstukjes in wat boter in de koekenpan. Twee minuten per kant. Haal ze daarna uit de pan, bestrooi met wat zout en peper en zet ze op een ovenvast bord of in een schaal in de oven om warm te houden.
  4. Laat je wokpan goed heet worden en wok de uien, knoflook, gember en trassi in de olie/kokosvet tot de uien ietwat beginnen te zweten.
  5. Blus af met de rijstwijn.
  6. Voeg de venkel, bleekselderij, asperges en broccoli toe en roer het geheel door elkaar.
  7. Scheutje ketjap erbij. Het vuur mag nu omlaag.
  8. Haal het vlees uit de oven en snijd de biefstukjes in reepjes.
  9. Hussel de biefreepjes en de groente gezellig door elkaar en je kan het serveren. Met rijst bijvoorbeeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.